Waarde lezer,
“En toen ze kwam in ‘t licht en dronken buiten,
Bedronken door den nacht, en dat te muiten
Des morgens slaat uit duister en zich kiest
Een opperhoofd: de zon, en zich verliest
Voor hem en voor zijn glans, waarin het valt
En sterft en opgaat na den doodstweespalt”
In dit deel van het gedicht Mei beschrijft Herman Gorter hoe de nacht aanvankelijk de boventoon voert, maar uiteindelijk plaatsmaakt voor de zon. Hij beschrijft hoe het ene moet verdwijnen voordat het andere kan ontstaan. Zo kunnen we ook terugkijken op het afgelopen jaar binnen het Illustere dispuut Baldr. Om de renovaties op de Kaste te kunnen voltooien, moest er immers eerst een heleboel worden afgebroken. Terwijl wij het genoegen hadden vier nieuwe Baldrianen te inaugureren, hebben wij er ook drie het reünitaat verleend.
Ook binnen het bestuur moest het oude plaatsmaken voor het nieuwe. Met ons 14e lustrum binnen handbereik staat ons een druk, maar bovenal fantastisch jaar te wachten. Ik heb de eer en het genoegen u het nieuwe bestuur van het Illustere dispuut Baldr voor te stellen:
Praeses: dhr. H. van Dijck
Quaestor: dhr. L.R.R. Kruis
Abactis: dhr. A.H.J. Jonker
Graag wil ik bestuur Vos bedanken voor de tijd, moeite en toewijding die zij in het dispuut hebben gestoken. Ik heb slechts één woord voor u: hulde!
Tekent namens het bestuur van het Illustere dispuut Baldr,
H. van Dijck
Praeses h.t.

